Door vrouwen als commandant Elanor staan we 2-0 achter

Close-up of a cheering European Hornet (Vespa crabro) - funny imElanor Boekholt-O’Sullivan is benoemd tot commandant van Vliegbasis Eindhoven. Een vrouw, hoera! Reden voor de Volkskrant om daar een twee pagina’s-groot artikel aan te wijden, waarbij minstens een derde van het artikel over haar vrouw-zijn ging.

Nu kun je zeggen dat dat niet zo zou moeten, want bij mannen gaat het toch niet om hun man-zijn. Dat is waar. Maar het blijft natuurlijk wel een feit dat het (helaas) nog steeds bijzonder is als een vrouw op deze positie benoemd wordt. En dan mag je daar als krant best aandacht aan geven. Oké, so far so good, zou je zeggen.

Tot ik op deze passage stuitte:
“Ze is niet van de positieve actie (…) Je moet doelen die je jezelf hebt gesteld, zelf bereiken, ook al moet je daar misschien harder voor werken dan anderen. Dat is haar houding. Ze is dan ook nooit toegetreden tot het Vrouwennetwerk van de krijgsmacht”.

Nou dan weet ik het al. Zulke vrouwen noemen we Queen-bees.

Vrouwen die over een flinke dosis masculiene eigenschappen beschikken (daar is niks mis mee trouwens), uitstekende netwerkers zijn, en het politieke spel als geen ander kunnen spelen. Deze vrouwen komen vaak ver in masculiene organisaties. Neelie Kroes en Gerdi Verbeet zijn daar mooie voorbeelden van. Diplomatiek uiterst sterk, charmant, en invloedrijk.
Maar, en nu komt het, ze doen er alles aan om niet geïdentificeerd te worden met het ‘zwakke geslacht’, om als vrouw gezien te worden, want dan sta je 1-0 achter. Want ‘vrouwen zeuren, klagen, zijn zwak en kunnen het niet’, in de ogen van veel mannen. Dus daar wil je zeker niet bij horen. Ze willen bij de mannen horen, one of the guys zijn. En dat is effectief, kijk maar naar Neelie, Gerdi of Elanor, maar voor vrouwen is het een gemiste kans.

Waar mannen elkaar de bal toespelen, elkaar helpen en kansen geven, doen zulke vrouwen niets voor andere vrouwen. Ze vinden dat als zij het op eigen kracht kunnen, andere vrouwen het ook op eigen kracht moeten kunnen. Ze realiseren zich niet dat er ook maar erg weinig mannen zijn die het op eigen kracht gedaan hebben, die zonder hulp van andere mannen de top bereiken. En dan hebben mannen het nog makkelijker dan vrouwen. Want als man krijg je altijd het voordeel van de twijfel, als vrouw moet je eerst tien keer bewijzen dat je het kan.
Dus vrouwen staan altijd 1-0 achter. En ze krijgen niet de hulp die mannen wel krijgen, ook niet van de vrouwen die de top wèl hebben bereikt. Eigenlijk staan vrouwen dus 2-0 achter.

Deze Queen-bees beseffen niet dat ze binnen een vrouwennetwerk voor andere vrouwen, de niet-Queen-bees, van grote waarde kunnen zijn met hun strategisch inzicht en netwerk. Gelukkig zien we dat wanneer deze vrouwen een machtige positie bereikt hebben, ze zich wèl gaan inzetten voor andere vrouwen, kijk wederom maar naar Gerdi en Neelie. Beter laat dan nooit, zullen we maar zeggen. Laten we hopen dat dat bij Elanor ook snel gaat gebeuren en ze voor andere vrouwen bij Defensie en daarbuiten niet alleen rolmodel maar ook mentor en kruiwagen wordt. Want zoals Madeleine Albright in 2006 al zei: ‘There is a special place in hell for women who don’t help other women’.

 

Deze column verscheen eerder op Opzij.nl op 27/6/2016

This entry was posted in Nieuws. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>