Achter iedere topvrouw staat een zorgzame partner.

Zaterdag avond hoorde Else Bos (53) dat ze bestuursvoorzitter is geworden van PGGM, s’lands grootste persioenuitvoerder, zo las ik in een stuk van Frank van Alphen in de Volkskrant. Dit is goed nieuws, vond ik.

Dit haalt het geringe aantal vrouwen in bestuursfuncties van grote bedrijven weer sterk omhoog.

Else verteld ook aan Frank dat het glazen plafond gewoon niet bestaat. Zij is daarvan het voorbeeld vindt Else. En dat is ze natuurlijk ook. En wat mij betreft weer een rolmodel. Op alle terreinen. Want Else verteld zij met haar 70 urige werkweek en weinig slapen, toch ook de balans heeft gevonden tussen werk en privé. Maar dat dit alleen maar kon omdat het thuisfront met drie kinderen en een man werd bestierd door haar echtgenoot. Else is dus het bewijs dat het kan.

Er is genoeg vrouwelijk talent, alleen het mannelijk talent voor de (niet-professionele) zorgtaken ontbreekt. Of de mannen hebben helemaal geen zin in die taken, dat kan natuurlijk ook. Immers, dan ben je er niet met 70 uur in de week. Dan ben je 24/7 dienstbaar. Maar dat went ook, weet ik uit ervaring…

Het roer moet om
Kortom, wanneer we ons vrouwelijke talent (lees: ook de giga-investeringen in opleiding van1,2 miljoen hoogopgeleide vrouwen) willen benutten, moet het roer om.
We moeten niet meer zeuren over glazen plafonds, masculine werkomgevingen en old boys netwerken. We zullen ons moeten richten op de emancipatie van de man.
Op een man die trots kan en wil zijn op de zorgtaken voor vrouw en kinderen.
Die zijn vrouw de ruimte geeft haar ambities waar te maken.

Ik stel voor dat de overheid een taskforce instelt om dit te stimuleren.
Want dat zet zoden aan de dijk. Else Bos bewijst maakt het weer duidelijk, achter iedere topvrouw staat een zorgzame partner.