Job Cohen treedt af. En nog geen dag later zijn er twee haantjes die het partijleiderschap opeisen. Ze staan te popelen. De een bij DWDD en de ander bij P&W. Ze buitelen over elkaar heen. Ze willen elkaar niet publiekelijk afmaken (dat komt nog) maar oh wat zijn ze gebrand op dat partijleiderschap. Wat een machtsvertoon, een gepronk met de veren.
En een dag later komt er nog een oude haan bij, Plasterk, die ook dat partijleiderschap opeist. Ook hij showt zijn, wat grijzere, veren en neemt het op tegen de jonge haantjes.

Maar waar blijven de kippen? Waar blijft bijvoorbeeld Albayrak? Gaan de vrouwen nu weer braaf zitten te wachten tot ze gevraagd worden? Of denken de vrouwen (weer) dat ze niet geschikt zijn, dat er geschiktere kandidaten zijn?
Dat zou je van PvdA-vrouwen toch niet verwachten?

Ik stel voor het spreekwoord te veranderen. Zodat we voortaan kunnen zeggen: “mannen zijn er als de haantjes bij” . Dat doet meer recht aan de werkelijkheid, helaas.