Ik sta steeds meer op het podium. Ik hou dan een inleiding of een praat een congres aan elkaar. Dat is leuk en interessant. Want ik hou van praten. Want zo blijf ik in evenwicht. Als coach, wat ik ook ben, moet je namelijk vooral je mond houden en luisteren. Dus op zo’n congres ga ik helemaal los, dat snap je.

En zo was ik dagvoorzitter bij een vrouwennetwerk van een toonaangevend internationale consultancy-organisatie. Zo’n 40 leidinggevende vrouwen waren gekomen om met HR en een RvB-lid van gedachten te wisselen over het diversiteitsbeleid.
Het RvB-lid, laten we hem Arjan noemen, was dus de enige man, maar hij genoot zichtbaar van al die aandacht van de vrouwen. Hij was losjes, bereid om op alles te antwoorden, en gaf ook voorbeelden uit zijn privé-leven.

Kortom, ondanks de soms pittige vragen, was het aangenaam.

En toen gebeurde het.

Het ging over mentorschap. Over dat het belangrijk is, wanneer je hogerop wilt komen, om een fan te hebben. Iemand die hoger geplaatst is en je coacht, je naar binnen loodst bij de juiste mensen.
Ik vroeg aan de zaal wie er een fan had.
Zes dames staken hun hand op.
Toen vroeg ik aan Arjan, of hij fan was iemand. “Ja “ zei hij ”van een aantal mensen, maar alleen van mannen”.
“Hoe komt dat” vroeg ik.
Toen zei hij “Omdat ze me dat vragen”.

En toen rolden er twintig vrouwen van hun stoel af.

VRAGEN???

DAT DOE JE TOCH NIET? DAT IS ONBESCHAAMD! DAT DURF JE TOCH NIET!


En toen rolde Arjan van zijn stoel af.