F*ck die Onzekerheid

Interviews met topvrouwen

Fatima Moreira de Melo

De wereld volgens Fatima.

Fatima Moreira de Melo (1978) is een bekende Nederlands oud-hockeyspeelster. Haar vader is een in Nederland gevestigde Portugesediplomaat. Ze speelde 257 officiële interlands (35 doelpunten) voor de Nederlandse hockeyploeg. Ze nam driemaal deel aan de Olympische Spelen, in 2008 veroverde het team de gouden medaille op de Olympische Spelen van Peking.

Naast haar carrière als hockeyster studeerde Moreira de Melo rechten aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam, waar ze tevens lid was van studentenvereniging RSV Sanctus Laurentius. Moreira de Melo had een kleding-en hockeyschoenenlijn bij Le Coq Sportif en had een wekelijkse column in t AD. Ze presenteerde voor Talpa het programma ’t Mannetje en bij het experimentele NOX. Vanaf december 2006 was ze het gezicht van de Rabobank, als opvolger van het personage Jochem de Bruin.

In februari 2005 poseerde Moreira de Melo voor het tijdschrift FHM. In 2007 werd ze door de website Mokkels.nl gekozen tot Babe of the Year, in de Battle of the Babes.

Moreira de Melo speelde in het najaar van 2009 voor drie maanden de rol van fysiotherapeut in de BNN soap Onderweg Naar Morgen.

Tegenwoordig is Moreira de Melo professioneel pokeraar en speelt ze voor Team PokerStars Sportstars, waar ook Boris Becker voor speelt.
Ze is tevens het gezicht van sieradenmerk Zinzi samen met Kim Feenstra en heeft daar een eigen sieradenlijn.

In 2012 was Moreira de Melo de winnares van de realitysoap Expeditie Robinson.

Volgens Fatima is het heel simpel. Je doet iets òf omdat je het leuk vindt, òf omdat je er geld mee verdient. En het mooiste is natuurlijk als je het leuk vindt en er gruwelijk veel geld mee verdient. En anders doe je het niet.

“En als ik dan iets doe” zegt ze, “dan bereid ik me van top tot teen voor. Daar ben ik dan heel lang mee bezig.” Zoals voor Expeditie Robinson, daar is ze dan weken mee bezig, en ligt in bed eindeloos te denken welk shirtje ze in zal pakken, het leuke shirtje of het shirtje dat snel droogt.

En als dan het moment daar is, het spel begint, dan wil ze winnen. Dan doet ze enorm haar best en haalt ze alles uit de kast. En dan wint ze, en dan is ze supertrots. Want dank zij haar voorbereiding en haar tactisch inzicht heeft ze gewonnen.

Tja, en verlies je? Dan pech. Maar dan heb je wel je best gedaan. En dan gaat ze over tot de orde van de dag. Tenzij ze een fout heeft gemaakt. Dan gaat ze zitten om hem te analyseren. Neemt ze zich voor dat niet meer fout te doen, en dan is ze het ook kwijt.

Wanneer ik Fatima vertel dat er vrouwen zijn die een fout eindeloos in zichzelf repeteren, daar wakker van liggen, en zich daar eindeloos rot onder blijven voelen, kijkt ze me verwonderd aan: “Dat is toch zinloos?”.

Fatima vindt het vanzelfsprekend om zichzelf de credit te geven van haar prestaties. Ze wijt dat aan haar opvoeding. Ze is enigst kind, met een Portugese vader en een Nederlandse moeder. En bij haar ouders was alles goed als ze maar haar best deed. En als ze maar bij een probleem naar een oplossing zocht. “Valt er iets. Niet erg, kan gebeuren. Maar wel even de rommel opruimen.” Ze heeft van haar ouders meegekregen dat ze goed is zoals ze is. En dat dat zowel in Nederland en in Portugal niks uitmaakt, ze is goed zo. Maar haar deels Portugese achtergrond maakt wel dat ze wat extraverter en minder bescheiden is.

Want daar heeft ze een broertje dood aan, aan valse bescheidenheid. En daar zijn wij Nederlanders goed in, en vrouwen al helemaal.

 

 

 

En dan vertelt ze over haar ervaringen als hockeytrainster van pupillen. dat ze dan zei”Kom, we gaan de backhandslag doen.” De jongens riepen dan “Oh, die ken ik al, daar ben ik heel goed in” en de meisjes zeiden “Oh nee, de backhandslag. Oh nee, die kan ik niet hoor”. En wat bleek, de meisjes waren zeker niet slechter dan de jongens, sterker nog, vaak pikten de meisjes het sneller op dan de jongens.

Die onzekerheid ziet ze ook veel vaker bij vrouwen dan bij mannen. En soms vindt ze dat lastig om mee om te gaan. Zeker bij zo’n onzekere vrouw, die wil ze dan niet kwetsen dus dan houdt ze zich in. Dan gaat ze niet vertellen welk succes ze heeft behaald maar bagatelliseert ze het een beetje. Terwijl ze dat bij mannen nooit hoeft te doen. Want die mannen, die vinden dat wel cool bij haar. En die proberen haar dan te overtroeven met een groter succes. En daar heeft ze dan wel lol in.

Wanneer ze vertelt over haar jeugd, dat ze graag buiten speelde met de jongens, dan straalt ze. Ze heeft er goede herinneringen aan. Zo ook aan haar tijd in het Nederlands hockeyteam. Het was heel hard werken. En er was competities tussen de teams, maar ook in het team zelf. Al die meiden wilden maar wat graag een plek in het team hebben en houden. Ze houdt van die competitie. Het haalt het beste in haar naar boven, ze gaat er voor. En ze kan goed de competitie scheiden van de persoon. Als iemand haar op het veld iets flikt, dan kan ze daar na de wedstrijd nog steeds een borrel mee drinken. Net zoals kerels dat doen. Lachend zegt ze “volgens mij heb ik gewoon een beetje veel testosteron’.

Maar soms is het ook eenzaam. Want zegt ze “je hoort nooit echt bij kerels. Je bent nooit ‘one of the guys’. Maar je hoort ook niet bij de vrouwen. Nee afschuwelijk, dat geleuter over babies en problemen, enzo. En vrouwen (en sommige mannen) vinden me een bitch. Arrogant. Dus je zit er tussen in. Dat is niet altijd leuk. Ik vind het heerlijk om met vrouwen om te gaan die net zo zijn als ik. Ik houd ook van een make-upje en een jurkje. Maar ook van competitie. Het zou goed zijn om meer vrouwen zoals ik te laten zien. Dat geeft vrouwen misschien de moed om ook de competitie aan te gaan. Om te laten zien dat je succesvol bent. Misschien inspireert dat vrouwen.”

Het Impostor Syndrome herkent ze niet bij zichzelf. Ze weet heel goed wat ze kan. En ze stelt zich op het standpunt dat wat ze niet kan, dat ze dat kan leren. Misschien niet zo goed als een ander maar wel tot haar eigen maximum. Het gaat om je best doen, en fouten maken mag. Die gedachtes geven haar ruimte. Ruimte om vrijelijk te experimenteren. Ja zegt ze lachend, ”Ik ben een controlfreak, ik bereid me heel goed voor, maar dan kan ik het loslaten. Grappig he. En ik heb ook geleerd dat soms 80% goed genoeg is, dat 100% niet hoeft. En soms kies ik bewust voor 80%. Zoals op de Universiteit. Ik wist dat ik best beter zou kunnen scoren, maar dan zou dat ten koste gaan van mijn hockey. En hockey ging voor. Soms denk ik ook wel eens dat het leven nu zo ingewikkeld is, met al die keuzes. We moeten èn een leuke gezin hebben met perfecte kinderen, èn een leuke relatie, èn geweldig leuk werk, èn goed verdienen, etc etc. Dat kan niet allemaal tegelijkertijd. Je moet prioriteiten stellen. En ik zie om mij heen dat vrouwen dat niet doen. Die willen alles perfect doen. Tja, dat gaat niet. Daar zou iedereen onzeker van worden.

Hoe zij dat doet? “Goed nadenken. Af en toe de rust opzoeken. En alles langs de twee pijlers van Fatima leggen: is het leuk of verdient het goed? Nee, dan doe ik het niet. Simpel.”

Claartje Vinkenburg

Claartje Vinkenburg (1969) is universitair hoofddocent aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij studeerde sociale psychologie in Groningen en promoveerde in 1997 in de bedrijfskunde aan de VU. Daarna werkte ze als organisatieadviseur. Sinds augustus 2001 werkt ze aan de VU bij de afdeling management en organisatiekunde. Als managing director van het Amsterdam Center for Career Research houdt zij zich bezig met onderzoek naar loopbanen, diversiteit, leiderschap en talent management in de zakelijke dienstverlening en de wetenschap. Claartje is getrouwd en heeft twee dochters.

Weten dat je iets kunt, maar bang zijn om door de mand te vallen. Herken je dat bij jezelf?

Claartje: “Nee niet echt. Ik vraag me af en toe wel af of ik klaar ben voor een nieuwe rol of functie. Heb ik alle strepen die ik nodig heb voor een volgende stap wel verdiend? Zeker als ik niet precies weet wat die strepen zijn. Als er geen duidelijk lijstje is van de competenties die nodig zijn voor die positie of rol. Dan ga ik twijfelen… Maar de ervaring leert inmiddels dat er vaak andere dingen belangrijk zijn. Zaken die helemaal niet op die lijstjes staan. Ik denk dat mannen daar veel makkelijker overheen stappen. En er daarom ook mee weg komen. Zelfvertrouwen uitstralen wordt van een vrouw niet gepikt. Dan ben je onbescheiden; zelfs als het terecht is. Nederland heeft problemen met bescheidenheid. Om op te vallen moet je je hoofd boven het maaiveld uitsteken. Maar als je dat doet, blaas je te hoog van de toren. Dat is ingewikkeld.”

 Super mamma gedoe

“In mijn werk heb ik eigenlijk alleen last van onzekerheid als ik een nieuwe rol of een lastig project ambieer. Maar ik ben wel onzeker onder het overdreven ‘super mamma gedoe’ op het schoolplein. Daar ben ik meer een imposter dan op mijn werk. Doe ik het wel goed genoeg? Ik ging laatst voor het eerst mee op schoolreisje. Natuurlijk doe ik dat voor mijn dochters. Maar eigenlijk ook om andere ouders en de juffen te laten zien dat ik het goed doe. Bij alle rollen die we vervullen willen we dat we het in de ogen van anderen goed doen. Dat is heel menselijk. En tegelijkertijd weet ik dat degenen die me lief zijn, weten wat ik kan en mij waarderen. Het gaat dus meer om vreemden. Rationeel kan ik daar afstand van nemen. Ze staan ver van me af. Maar gevoelsmatig… Mensen hanteren de keuzes die ze zelf maken als norm. Zeker bij alles wat kinderen betreft. Dan worden mensen ineens heel normatief. En zo praten ze daar dan ook over. Ik word daar recalcitrant van. En tegelijkertijd onzeker. Want ik heb het gevoel dat de ander mijn keuze afkeurt. Ik weet dat dit is hoe het voor mij goed werkt. Maar het past niet in de norm van de ander.”

Hoe zijn de taken thuis verdeeld?

“Mijn echtgenoot werkt fulltime, ik officieel vier dagen. Onderzoek wijst uit dat werkende vrouwen een zwaardere takenlijst hebben en ook bij ons is het niet gelijk verdeeld. Aan het begin van onze carrière, toen we aan het promoveren waren, verdienden we beiden evenveel. We werken alleen in een andere wereld. In het onderwijs kunnen studenten soms best een dag wachten. Terwijl in zijn wereld ‘ja’ tegen een deal meteen ook ‘ja’ tegen een heleboel andere dingen betekent. Daarmee heeft hij de basale verwachting dat hij zo de deur uit kan wandelen, terwijl ik eerst een heleboel moet regelen voordat ik weg kan. In landen als India worden dit soort zaken bij een gearrangeerd huwelijk al aan de onderhandelingstafel besproken. In de hogere kringen zeggen ouders dan: wij hebben 25 jaar lang in onze dochter geïnvesteerd, hoe gaan we dat regelen als er een kind komt? Er is veel voor te zeggen om dat gesprek expliciet te voeren voordat het zover is. Natuurlijk bespreken Nederlandse stellen dit ook met elkaar, maar in 75 procent van de gevallen kiezen ze voor dezelfde oplossing, namelijk dat zij minder gaat werken en meer gaat zorgen dan hij. Dat wil zeggen dat de meeste mensen gaan voor het voor de hand liggende model, dat is strikt genomen geen keuze maar de weg van de minste weerstand. Dan hoef je immers niks uit te leggen… 

 

 

En heeft volgens mij ook te maken met het feit dat Nederlandse vrouwen vrij naïef zijn als het aankomt op het belang van economische zelfstandigheid. Daar denken ze te weinig over na.”

Lastige puzzel

“Aan de andere kant is onze oplossing niet ten koste van mijn carrière gegaan. Ondanks mijn zwangerschappen en deeltijd heb ik veel bereikt. Misschien heeft het daardoor iets langer geduurd. Tijdens mijn zwangerschapsverlof heb ik me best eens afgevraagd of ik wel wilde doorgaan met deze lastige puzzel. Maar het antwoord was altijd: ja! Meer stress maar ook meer geluk. En inmiddels ben ik er iets meer aan gewend alle ballen in de lucht te houden en werk ik daardoor misschien juist wel efficiënter. Veel Nederlandse gezinnen zitten door het ‘anderhalf verdienersmodel’ in een kramp. Maar ik weet niet of dat te wijten is aan het impostor syndroom. Je zou langdurig onderzoek moeten doen om dat te kunnen vaststellen.”

Heeft jouw kijk op dit onderwerp ook met je opvoeding te maken?

“Dat denk ik zeker. Ik ben opgevoed met het adagium: meisjes kunnen alles! Ik leerde al heel jong zeggen: ‘Ik ben Claartje, dit kan ik en ik ga het doen!’. Daardoor ben ik niet gemakkelijk onderuit te halen, al kan die stevigheid wel fluctureren. Voor een assesment heb ik ooit een test moeten maken waaruit bleek dat mijn IQ heel hoog is, maar mijn ambitie laag. Dat was vlak na mijn promotie; een moment waar ik jarenlang naar had gestreefd. Die lage score op ambitie lag dus aan het moment. Maar ik heb het idee dat ik niet ambitieus was lang met me meegenomen. Maar die ambitie was er wel degelijk: als een groen beest dat ’s nachts ineens bovenop me dook. Inmiddels heeft het een plek en weet ik dat ik zeker wel ambitieus ben.”

 

Taalgebruik

“Ik ben het met je eens dat het glazen plafond niet bestaat. Maar aan de andere kant ligt het ook niet alleen aan de onzekerheid van vrouwen. Er zit zoveel in ons systeem dat vrouwen belemmert. Kijk alleen maar naar ons taalgebruik. Begrippen als werkende moeder en papadag bevestigen dat. Het zou enorm helpen als we daar vanaf zouden kunnen komen. En misschien kan een knetterhard werkende moeder in GTST zonder schuldgevoel of scheve ogen ook nog wat baanbrekend werk doen…”

Gouden tips van Claartje:

• Organiseer ‘sponsorships’ voor jezelf. Mensen die precies weten wat jouw acties waard zijn en die dat ook aan anderen vertellen. Dat is goud waard!

• Onzekerheid kan ook een kracht zijn. Gebruik je onzekerheid als bron om uit te blinken.

• Ben je bewust van hoe je praat over je eigen competenties en prestaties. Je mag jezelf promoten!

• Vrouwen krijgen kansen op basis van bewezen prestaties. Mannen krijgen het voordeel van de twijfel. Aan de onderhandelingstafel kun je daar invloed op uitoefenen.

Jacqueline Zuidweg

Jacqueline Zuidweg (1965) is oprichter/directeur van Zuidweg & Partners (schuldhulpverlening voor ondernemend Nederland) én Zakenvrouw van het Jaar 2012. Zij is een veelgevraagd spreker, presentator, schrijver en gastdocent. Haar enthousiasme over het ondernemerschap (ook met tegenwind!), de financiële educatie van kinderen en de combinatie ondernemerschap en gezin, werkt aanstekelijk. In 2013 verscheen haar boek ‘Vallen, opstaan en weer doorgaan’, vol tips en adviezen voor en door ondernemers in uitdagende tijden. Ook is Jacqueline als financieel expert te zien geweest in het tv-programma ‘Hoeveel ben je waard?’. Als mede-initiatiefnemer stond ze begin dit jaar aan de basis van de portal MKB Doorstart voor mkb-bedrijven en zzp’ers in zwaar weer.

Als ik Jacqueline ontmoet, ziet ze er stralend uit. Net terug van een korte vakantie met haar dochter van 8 jaar. Ze valt meteen met de deur in huis: “Die onzekerheid, ik herken het zo bij mijn dochters. Mijn oudste dochter tennist geweldig, hoort bij de top van Nederland. Als ze een wedstrijd verliest roept ze ‘Ik kan niet tennissen, ik stop ermee’. Terwijl ze het natuurlijk gewoon geweldig doet.”

Ze herkent die onzekerheid ook bij zichzelf, maar voegt daar aan toe: “Een titel als Zakenvrouw van Nederland helpt wel om daar van af te komen. Je moet zo vaak vertellen hoe het allemaal zo gekomen is, gaat zo reflecteren op je carrière, op alles wat je gedaan hebt. En dan moet je wel tot de conclusie komen dat je het gewoon kunt. Dat is heel goed voor je zelfvertrouwen.”

Vrijelijk trots zijn
Toen Jacqueline werd gevraagd of ze genomineerd wilde worden, was haar 1e gedachte: nee, ik?. Een stemmetje in haar zei dat er genoeg ondernemende vrouwen zijn die veel geschikter waren dan zij. Maar na deze korte aarzeling en enig aandringen van de nominerende instantie, was ze al snel zover om er ‘ja’ tegen te zeggen. Ze realiseerde zich dat ze van dat stemmetje dat haar soms klein hield, af wilde. En dat dit een mooie gelegenheid was om daar voorgoed mee af te rekenen. Het was wel even wennen. Ze vond het in het begin, na de uitverkiezing, ook lastig? /meer verkeerde bescheidenheid om ‘Zakenvrouw van het jaar’ op haar visitekaartje te zetten. Met name haar enthousiasme hielp haar om hier op een charmante manier mee om te gaan en er vrijelijk trots op te kunnen zijn.

Als klein meisje was Jacqueline anders dan de andere meisjes. Ze hield altijd een beetje afstand van zowel de jongens als de meisjes. Ze wilde er niet bij horen. Ze kreeg daarin ook de bevestiging van haar ouders. Dat maakte ook dat ze sterk haar eigen koers kon varen, het maakte haar authentiek. Andere kinderen wilden altijd graag bij haar horen. Ze nam vroeger ook graag de leiding. Dat ging eigenlijk op een heel natuurlijke manier. Later hoorde ze dat vriendinnen dachten dat ze in een heel groot huis woonde en hele rijke ouders had. Maar niets was minder waar. Haar vader had een bescheiden functie bij de PTT en moeder was huisvrouw. Grappig hoe beeldvorming werkt. Ook in sport was ze een einzelgänger. Teamsporten lagen haar minder dan individuele sporten.

Toch herkent ze een aantal symptomen van het Impostor Syndrome. Zo vertelt ze dat ze bij tentamens soms bijna flauw viel van de spanning. Ze had goed geleerd, wist dat ze de stof beheerste, maar was toch onzeker. Iedere keer weer. Ze legde de lat hoog voor zichzelf. Om te voorkomen dat ze fouten zou maken. Dat doet ze nu niet meer. Ze legt de lat nog wel hoog, maar als ze niet het werk heeft afgeleverd dat het had kunnen zijn, kan ze dat nu uitleggen. Ze zegt: “Dat is inherent aan de keuzes die je maakt. Je kunt niet alles honderd procent doen. Dus als ik voor het één kies, is het ander iets minder. Dat kan ik uitleggen.”

 

 

 

The hard way
Vroeger bleven dingen die niet zo goed waren gegaan haar beter bij dan dingen die wel goed gingen. En daar bleef ze dan over piekeren. Nu merkt ze dat ze vaak eerst doet, en dan pas nadenkt. Ze doet dingen in 1e instantie vanuit gevoel en daarna volgt de ratio. Dat heeft voordelen maar soms ook nadelen, bijvoorbeeld dat iets niet goed gaat. Dat kan ze nu makkelijker accepteren omdat ze ook de waarde daarvan ziet. “Ik heb geleerd, the hard way, dat goed genoeg, goed genoeg is.”

Jacqueline is een aantal jaar geleden behoorlijk ziek geweest. Ze kreeg een dubbele longontsteking omdat ze teveel van zichzelf vroeg, teveel alle ballen in de lucht hield. Dat is voor haar echt een leermoment geweest. “Niet alles hoeft honderd procent. Maar, ik kijk wel altijd hoe het beter en vooral leuker kan.”

Om die keuzes goed te kunnen maken, heeft ze rust en ontspanning nodig. Lummeltijd thuis. En sporten. Afstand nemen. “Dan kom ik dichtbij mijn gevoel en weet ik wat de juiste keuze is. Dan kan ik heel veel geven. Vroeger, als kind, wist ik dat veel beter. Als volwassene wordt je dat afgeleerd. Dat is jammer. Door de rust en ontspanning werk ik slimmer, creatiever. En vind ik alles veel leuker.”

Opschepper
Ze kenschetst zichzelf als ambitieus. “Maar”, zegt ze, “De omgeving ziet meer in je dan dat je zelf ziet. Dat zit toch in je opvoeding. En dat wil je dan toch waarmaken. Als ik iets goed had gedaan, of ergens complimenten voor kreeg, ging ik me toch verontschuldigen. Aan de ene kant moet je gewoon doen, vooral niet opvallen, vooral niet te succesvol zijn. En aan de andere kant complimenteren mensen je steeds maar. Zeker onder vrouwen mag je niet te succesvol zijn, want dan ben je een bedreiging, een opschepper. Dat heeft me wel vertraagd, dat moet je van je afschudden.”

Maar dat doet ze nu niet meer. Ze is nog steeds ambitieus, maar beter in staat om grenzen te stellen voor zichzelf. Ze vraagt zichzelf vaker af ‘wat vind ik nu leuk om te doen’, in plaats van ‘wat vind ik dat ik zou moeten doen?’.

In haar nieuwe initiatief ‘MKB Doorstart’ komt alles samen wat ze leuk vindt en waar ze goed in is. Op mijn vraag of ze hierin dan wel eens twijfelt, of ze hier ook een stemmetje hoort dat zegt: “Ja dat zeg je nu wel maar kun je dat wel?”, zegt ze heel stellig: “Nee, absoluut niet. Dit past zo bij mij. Het zijn nu stemmen van buiten, jaloerse stemmen, mensen die zeggen ‘Die Zuidweg is zo commercieel, die heeft nu weer iets bedacht…’ En dat pik ik niet meer. Dit is waar ik voor sta. Dat maakt me heel zeker.”

Ze ziet wel verandering bij vrouwen. Ze heeft een hekel aan ‘zeurvrouwen’. Voor wie alles teveel is, die bij alles roepen ‘oh dat kan ik niet’. Maar gelukkig ziet ze steeds meer geweldige vrouwen. Vrouwen die enthousiast zijn, die zich willen ontwikkelen. Talentvolle vrouwen die graag willen. Die honger hebben naar inspiratie, naar voorbeelden. “En daar wil ik graag aan bijdragen.”

Tip van Jacqueline
Wees lief voor jezelf. Vraag jezelf af: hoe ziet je ideale dag eruit? Wat vind jij belangrijk? Wat vind je leuk? En probeer elementen daaruit in je dagelijks leven in te bouwen.

Rita Verdonk

“Je moet stoppen met het iedereen naar de zin willen maken”

Rita Verdonk is, na afronding van haar studie Sociologie, in 1983 in dienst getreden van het ministerie van Justitie. Haar eerste functie was adjunct-directeur van het Huis van Bewaring te Den Haag. Tot 1996 vervulde zij diverse directiefuncties in zowel penitentiaire inrichtingen als op het departement. Daarna werd zij Directeur Staatsveiligheid bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst. In 1999 trad ze in dienst van KPMG als manager bij de sectie Openbare Orde en Veiligheid.Rita Verdonk was van 27 mei 2003 tot 22 februari 2007 minister in de Kabinetten Balkenende II en III.Van 2007 tot juni 2010 was zij lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal, eerst voor de VVD en later voor de door haarzelf opgerichte politieke partij Trots op Nederland. Vanaf december 2010 is Rita Verdonk eigenaar-directeur van Rita Verdonk BV waar zij zich toelegt op advisering, coaching en het geven van lezingen. Zij richt zich vooral op het managen van complexe en lastige processen waarin overheid en ondernemers elkaar frustreren.Rita Verdonk is een authentieke vrouw die bekend staat om haar scherpe analyses die zij met humor en nuchterheid ten gehore brengt. Haar boodschap is dat iedereen verbeteringen in zijn of haar leven kan realiseren als je open staat voor verandering.

Ik ontmoet Rita en, zoals ik al had verwacht, gaat het meteen over waar het over moet gaan. Geen koetjes en kalfjes maar meteen ter zake. Onzekerheid, ja natuurlijk herkent ze dat. Maar ze vindt dat er een groot verschil is tussen voor jezelf opkomen en opkomen voor de taak waar je voor staat. Als ze ergens in gelooft, dan is ze heel zeker. Dan gaat het om de inhoud en is ze goed voorbereid en vol zelfvertrouwen. Alhoewel, na de dood van Theo van Gogh, toen ze als minister een enorme menigte op de Dam moest toespreken, was ze wel onzeker. De groep was groot en het was zeer de vraag hoe die zou reageren…

Een ander voorbeeld zijn salarisonderhandelingen voor zichzelf; daar was ze vroeger knap onzeker over. Ze was directeur bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), had daar een aantal directeursposities bekleed en werd gevraagd om Directeur Staatsveiligheid te worden bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst. Ze is toen naar het hoofd P&O van DJI gegaan om te vragen of het gek was als ze er twee periodieken bij zou vragen. Die vroeg ze en ze werden toegekend. Een jaar later hoorde ze dat er veel meer ruimte was geweest. Ze had er zo een schaal of twee en vier periodieken bij kunnen krijgen, als ze het gevraagd had. Ze wilden haar graag hebben. “Ik zou dat nu veel beter uitspelen”, stelt ze. “Mannen hadden dat beter gespeeld.” Ze zag dat ook later, bij Trots op Nederland, de politieke partij die ze heeft opgericht. Mannen kwamen binnen met de tekst “Ik word uw nieuwe Minister van Financiën”. Vrouwen – net zo gekwalificeerd als die mannen – kwamen met de vraag of ze vrijwilliger mochten worden, bijvoorbeeld voor administratieve ondersteuning.

Spekkoper

“Maar”, voegt ze er aan toe, “dat is wel fijn van ouder worden. Dan weet je wat je waard bent en bovendien kan het je minder schelen wat anderen ergens van vinden. Maar dat aardig gevonden worden, dat heb ik snel afgeleerd. Ik werd als jonge vrouw van 28 adjunct-directeur van alle gevangenisbewaarders van het Huis van Bewaring in Den Haag. Zestig oudere mannen, het merendeel gepensioneerd visser. En ik was heel druk met het iedereen naar de zin maken. Een toenmalige collega zag dat en zei: ‘Rita waar ben je nu mee bezig? Je moet stoppen met het iedereen naar de zin willen maken. Als 95% van de medewerkers fluitend naar zijn werk gaat, dan ben je spekkoper. Dan doe je het goed. Die overige 5% kun je het nooit naar de zin maken, die heeft andere belangen.’ Dat was een wijze les. Ik heb geleerd me te focussen op mijn taak. Wat mensen van mij vinden, vind ik niet zo relevant. De mensen van wie ik dat belangrijk vind, waarvan ik wil dat ze mij aardig vinden, is een klein lijstje. Ach ja, en de rest… Ik word betaald om een klus te klaren, niet om aardig gevonden te worden.Een tip voor leidinggevenden is dat ze hun vrouwelijke medewerkers hierop begeleiden, op dit onderwerp is er veel te winnen.”

In 2007 streed Rita met Mark Rutte om het partijleiderschap van de VVD. Dat verloor ze. Op mijn vraag wat dat met haar zelfvertrouwen heeft gedaan, zegt ze: “Eigenlijk niet zoveel. Er waren rationele redenen voor, die bijvoorbeeld te maken hadden met manier waarop Rutte campagne had gevoerd.” Een mooi voorbeeld van hoe je verlies niet persoonlijk opvat maar het puur zakelijk beschouwt. Met als gevolg dat het je zelfvertrouwen niet aantast. 

 

 

Integer

Rita is inmiddels ondernemer. Ze maakt gebruik van haar netwerk, dat ze in de loop der jaren heeft opgebouwd. Daar wordt ze door vrouwen op aangesproken. Die vinden dat niet integer. Mannen vinden het volstrekt normaal, dat ze gebruik maakt van haar contacten, maar vrouwen vinden dat not done. Terwijl ze absoluut de regels niet overschrijdt, ze doet alles transparant en in openheid. “We kunnen daar als vrouwen van leren. We mo

Eén van de mannen van wie zij veel heeft geleerd, was haar toenmalige baas bij de BVD. Ze was daar net aangetreden, het was het einde van de koude oorlog, de muur was gevallen en er zou een Nederlandse delegatie op bezoek gaan bij de voormalige Russische geheime dienst, de voormalige KGB om vriendschapsbanden aan te halen. Er werd onderling gespeculeerd over wie die delegatie zou gaan leiden en er waren nogal wat mannen die zichzelf als de meest geschikte delegatieleider zagen. Maar het hoofd van de BVD besliste anders, Rita moest het doen. “Ik vroeg aan hem: Waarom ik, ik zit er pas net. Ik heb nooit ‘op de Russen gezeten’ en er zijn zoveel mannen die zo graag willen?’ Maar hij vond dat ik het moest doen. Hij zei: ‘Rita, als je uit het vliegtuig stapt, staat er een zwarte Tatra klaar en een busje. Jij gaat in die Tatra, niet in dat busje. Daar gaat de rest van de delegatie in’. Het was goed dat hij dat tegen me zei, want ik was zo in dat busje gestapt. Maar door in de Tatra te stappen, bevestigde ik mijn positie als delegatieleider. Ten opzichte van de Russen, maar ook ten opzichte van al die mannen in dat busje. Dat voelde ongemakkelijk maar het was goed.”

Woensdagmiddag
Overigens, bij haar benoeming bij de BVD gaf ze aan dat ze woensdagmiddag vrij wilde zijn voor haar kinderen. “Nou dat kon niet. Ik was directeur en als directeur moest ik het goede voorbeeld geven. Toen zei ik: ‘Nou weet je, dan zet ik nu iedere ADV op woensdagmiddag en als ik niet voldoende ADV heb dan neem ik verlof op woensdagmiddag. Maar woensdagmiddag ben ik thuis bij de kinderen.’ En dat heb ik gedaan. Na twee maanden kwam hij op mijn kamer en zei: ‘Nou ik heb het eens even bekeken, die woensdagmiddag, neem jij die maar gewoon vrij.’ Dus toen was het geregeld. Kijk, dan ben ik heel zeker van mijn zaak, ik wil dat gewoon.”

Op mijn vraag wat het verschil is tussen de onzekerheid bij salarisonderhandelingen en de woensdagmiddag-onderhandeling, zegt ze: “De kinderen zijn het verschil. De woensdagmiddag is voor de kinderen. Mijn kinderen zijn altijd naar mijn zusje gegaan voor opvang. Dat was ideaal. Dat maakte me heel flexibel. Maar op het schoolplein of de kleuterschool kreeg ik soms wel rotopmerkingen naar mijn hoofd. Als ik ze dan eens wat eerder kwam halen, dan zeiden ze bijvoorbeeld: ‘Oh, hij voelde zeker dat je hem vroeger kwam halen, hij was zoveel vrolijker vandaag…’ Dat geeft echt een rotgevoel.”

Mamadag
“Ik vond het een geweldige kans om minister te worden, om mijn land te mogen dienen. Maar toen ging ik van de ene op de andere dag meer dan fulltime aan de bak. Mijn kinderen hebben daar wel onder geleden, ze zaten midden in de pubertijd. Dat zou ik nu anders doen. Als ik dan Wouter Bos hoor zeggen dat hij een papadag heeft… Maar ja, dit is tien jaar geleden, een hele andere tijd. En het is ook een groot verschil of een man of een vrouw dat zegt. Als ik toen had gezegd dat ik een mamadag zou willen, dan hadden ze gezegd: ‘Kijk, die wil ook meedoen op dat niveau, maar dat kan ze niet.’ Dan was ik genadeloos afgemaakt. Maar het is helemaal goed gekomen met mijn kinderen hoor.”

Rita’s gouden tip:
Weet van wie je waardering wilt ontvangen. Probeer het niet iedereen naar de zin te maken. En bij twijfel, zoek iemand die je kan helpen bij reflectie en zelfonderzoek.

“Je moet stoppen met het iedereen naar de zin willen maken. Als 95% van de medewerkers fluitend naar zijn werk gaat, dan ben je spekkoper. Dan doe je het goed. Die overige 5% kun je het nooit naar de zin maken, die heeft andere belangen” Rita Verdonk

Laten we praten

Emailadres:*
Voornaam:
Tussenvoegsel:
Achternaam:
Opmerkingen/aanvullingen: